Argo wordt op 30 oktober 1913 opgericht als ondervereniging van het Wageningsch Studentencorps (WSC). In het begin vindt Argo voor haar boten onderdak in een oude steenfabriek bij de monding van het havenkanaal. Nadat de gemeente Wageningen besluit deze fabriek te slopen, vindt de vereneniging in 1915 onderdak bij burgerroeivereniging Vada in een oude schuur op dat zelfde fabrieksterrein. In 1917 is Argo een van de oprichtende verenigingen van de Nederlandsche Roeibond (NRB). Argo-oprichter en ouderejaars student Fried van der Meulen neemt zelfs zitting in het eerste roeibondsbestuur.

In 1924 opent Argo een extra botenloods naast eerder genoemde schuur. In deze nieuwe loods wordt ook een dameskleedkamer gerealiseerd voor de leden van de Wageningsche Vrouwelijke Studentenvereeniging (WVSV), die sinds 1916 bij Argo roeien.

In 1931 bouwt Argo op een andere locatie aan de Rijnhaven een nieuw botenhuis (zie bovenstaande afbeelding), dat de komende 50 jaar dienst zal doen. De vloot wordt dankzij middelen uit het in 1930 daarvoor speciaal opgerichte ‘Bootenfonds’ uitgebreid. Rond deze tijd ontstaat een traditie die tot op heden wordt voortgezet: de ‘Afroeiperiode’. Eerstejaars studenten kunnen in circa één maand kennis maken met de roeisport. Hoewel de roeiprestaties in de beginperiode van wisselend niveau zijn, laat Argo zich in de jaren ’30 voor het eerst op internationaal niveau zien door een derde plaats op de Europese Kampioenschappen van 1934 te behalen.

In 1935 wordt Oud-Argo opgericht. De hulp van deze oudledenvereniging blijkt sneller nodig dan verwacht. In de Tweede Wereldoorlog wordt het botenhuis kapotgeschoten en geplunderd: van de hele vloot blijven slechts twee boten over. Met behulp van Oud-Argo en de zelfwerkzaamheid van de leden kan het botenhuis in 1946 alweer worden heropend.

Argo wordt in 1946 lid van de Koninklijke Nederlandschen Studenten Roeibond (KNSRB). Hierdoor wordt zij mede-organisator van de Varsity, de enige echte traditionele studentenroeiwedstrijd, en mag er voortaan worden deelgenomen aan het hoofdnummer ‘Den Ouden Vier.’ Aanvankelijk worden in dit topnummer van het studentenroeien wisselende resultaten geboekt.

Begin jaren ’60 is Argo echter oppermachtig. Moet in 1960 de overwinning nog gedeeld worden met Njord, in 1961 is deze alleen voor Argo. Dit leidde tot een zeer uitbundig roeiersfeest op sociëteit Ceres. Er stroomde een rivier van bier de Wageningsche Berg af, zo gaan althans de verhalen.

Twee roeiers uit de winnende Oude Vier van 1960 worden door de roeibond in de twee met stuurman uitgezonden naar de Olympische Spelen in Rome, waar zij een achtste plaats behalen. Jan Just Bos, stuurman van deze ploeg, neemt vier jaar later, dit keer met twee Utrechtse roeiers, ook deel aan de Spelen in Tokio. Hij weet met zijn ploeg als derde te eindigen en behaalt zo Argo’s eerste (en tot nu toe enige) Olympische medaille.

Vanaf 1960 organiseert de vereniging ook een jaarlijks terugkerende wedstrijd over 500 meter op de Bosbaan in Amsterdam: de Argo Sprint. Het vernieuwende aan deze wedstrijd is dat de wedstrijdafstand slechts 500 meter is. De overige nationale wedstrijden worden namelijk verroeid over een afstand van twee kilometer. Door de kortere afstand wordt de wedstrijd explosiever voor de deelnemers en aantrekkelijker voor de toeschouwers. Deze wedstrijd mag zich in de jaren ’60 verheugen op directe televisie verslaggeving. De Argo Sprint kent heden ten dage nog steeds een drukbezet deelnemersveld en vierde in 2010 alweer haar tiende lustrum.

In de jaren ’60 wordt ook weer deelgenomen aan de Europese Kampioenschappen. Dit keer met een damesacht. En ook deze keer niet zonder resultaat. Na een verdienstelijke vierde plaats in Amsterdam (1964), wordt met een geheel vernieuwde bezetting in Duisburg (1965) zilver en in Amsterdam (1966) brons behaald.

Eind jaren ’60 heeft de vereniging te kampen met teruglopende ledenaantallen. Geheel in lijn met de tijdgeest wordt in 1969 besloten dat vrouwen volwaardig Argo-lid worden (zij hadden tot die tijd geen stemrecht in de ledenvergadering en waren ook niet verkiesbaar in het bestuur) en vanaf 1970 kunnen ook niet-corpsleden lid worden.

In 1973 wordt de  voormalig meubelmaker Dorus Jansen in dienst genomen als bootsman. Dit bleek een gouden greep te zijn. Tot begin jaren ’70 werd het onderhoud van de vloot voor een groot deel door de leden gedaan. Samen met verschillende bootslieden zorgden zij ervoor dat de vloot in goede staat bleef. Dorus Jansen heeft tot april 2011 gewerkt aan de boten van Argo en kenners zeggen dat hij tot de beste botenbouwers van Nederland behoort. Tot het jaar 2000 bouwde hij zelf nog houten boten.

Op sportief vlak zijn het in de jaren ’70 (kijkend naar internationale uitzendingen en NK-titels) opnieuw de vrouwen die op Argo de boventoon voeren. Wanneer het vrouwenroeien in 1976 zijn intrede doet op de Olympische Spelen van Montreal, maakt Argonaute Marleen van Rij deel uit van de Nederlandse damesacht.

Begin jaren ’80 worden de eerste kunststof boten aangekocht. Dit blijkt het begin van een lange reeks innovaties op roeigebied.  Om bij de Nederlandse top te kunnen blijven roeien moeten deze ontwikkelingen op de voet worden gevolgd. De kosten voor de vloot drukken elk jaar weer zwaar op de begroting. Dankzij het zorgvuldig opgesteld ‘vlootplan’ worden de kosten zoveel mogelijk verspreid en heeft Argo al jarenlang een zeer gezonde vloot.

Door de verbreding van het havenkanaal wordt Argo begin jaren ’80 voor de derde keer gedwongen andere huisvesting te zoeken. De botenloods en de kantine, die in 1982 gereed komen, konden door de inzet van vele leden worden gebouwd. Deze loods biedt ook nu nog onderdak aan de ruim zeventig boten die Argo in haar bezit heeft.

De jaren ’90 begonnen goed voor Argo. In 1990 wordt door een Argonaut een eerste plaats behaald op de Wereld Kampioenschappen onder 23 jaar en twee jaar later een vierde plaats op de WK in Tasmanië. In deze jaren wordt ook begonnen met de profesionalisering van het coachen. Tot die tijd zorgden de ouderejaars leden voor de opleiding en begeleiding van de roeiers. Ten gevolge van het zwaarder wordende studieklimaat was een duidelijke trend te zien, waarin het gemiddeld aantal lidmaatschaps-, roei- en coachjaren afnam. Het gevolg was dat studenten binnen een korter tijdsbestek, door minder ervaren coaches, naar de top begeleid moesten worden.

Niettegenstaande het voorgaande weet een verenigingsploeg in 1996 nog een aansprekende buitenlandse overwinning te behalen. Op de Henley Royal Regatta, ’s werelds oudste en meest prestigieuze roeiwedstrijd, wordt in de vier zonder stuurman de ‘Vistors’ Challenge Cup’ gewonnen.

Vanaf 1998 is de strategie gericht op het verbeteren van de kwaliteit en doorstroom van de roeiers vanuit de basis, dat wil zeggen van de eerstejaars roeiers en coaches. Hiervoor werd per 1 mei 1999 voor het eerst een profcoach aangesteld. In dat zelfde jaar wordt middels een verdieping in de botenloods een ruimte gecreeërd voor krachttraining en indoorroeien. In 2002 wordt, met het oog op het naderende pensioen van bootsman Jansen, het Hout Afvloeiplan (HAP) in werking gezet en in 2007 zijn, met uitzondering van de 2+ en de overnaadse boten, alle houten boten verkocht. Dit heeft geleid tot een versnelde modernisering van de vloot.

In 2008 viert Argo haar negentiende lustrum en wordt er een start gemaakt met de voorbereiding van het 100-jarig bestaan van Argo. De vereniging heeft zich namelijk ten doel gesteld het uit 1982 daterende botenhuis aan de Grebbedijk ingrijpend te renoveren om zo de tweede eeuw van haar bestaan in een goed geoutilleerde behuizing te beginnen. Hiervoor wordt een deel van het bestaande pand gesloopt om plaats te maken voor grotere kleedkamers en doucheruimtes, een ruimere kantine en keuken en extra ruimtes voor commissie- en bestuurswerk. In juni 2013 kan tijdens de viering van het twintigste lustrum het vernieuwde botenhuis feestelijk in gebruik genomen worden.

Van 1994 tot en met 2010 maken verschillende Argonauten en Argonautes, sommigen zelfs jaren achtereen, deel uit van de nationale equipe. In deze periode worden maarliefst één gouden, twee zilveren en vijf bronzen wereldbekermedailles behaald. Het meest aansprekende resultaat is wel de bronzen WK-medaille uit 2009 van Jolmer van der Sluis in de nationale lichte acht.

Hoewel Argo de laatste jaren geen bondsroeiers meer heeft afgeleverd, worden er op nationaal niveau nog regelmatig mooie resultaten geboekt. Zo wisten twee Argonauten zich in 2014, op basis van hun goede seizoensresultaten in de twee zonder stuurman, te kwalificeren voor uitzending naar het Wereld Kampioenschap voor studentenroeiers.

Meer lezen? Bestel het Eeuwboek!
In juni 2014 verscheen ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Argo het Lustrumboek ‘100 jaar Argo: De Rijn stroomt voor ons’. Wilt u meer weten over de Argo geschiedenis? Bestel dan een lustrumboek via dit formulier