Vaarregels

Op thuiswater (de Rijn en het havenkanaal) geldt het Rijnvaartpolitiereglement (RPR). Dat wil zeggen dat een roeiboot wordt gezien als een ‘schip’. De stuurman van een roeiboot (dus ook degene met de stuurschoen of het commando in ongestuurde nummers) is een schipper en verantwoordelijk voor de naleving van de regels. De bemanning is wettelijk verplicht om diens commando’s op te volgens als dat noodzakelijk is om de regels na te leven. Belangrijkste regel daarin is dat de schipper “alle voorzorgsmaatregelen moet nemen die volgens goed zeemanschap of door de omstandigheden waarin het schip zich bevindt worden geboden, teneinde met name te voorkomen dat

  • Het leven van personen in gevaar wordt gebracht
  • Schade wordt veroorzaakt aan andere schepen of aan drijvende voorwerpen, dan wel aan oevers of aan werken en inrichtingen van welke aard ook die zich in de vaarweg of op de oevers daarvan bevinden
  • De veiligheid of het vlotte verloop van de scheepvaart in gevaar wordt gebracht.

De schipper moet daarvoor zo nodig zelfs van de bepalingen van de reglementen afwijken!

De Rijn

Het RPR is een uitgebreid document dat na te lezen valt op websites van de overheid. De belangrijkste dingen voor de roeiers zijn al volgt:

  • Kleine schepen dienen grote schepen (groter dan 20 meter en/of beroepsvaart) ruimte te geven. De beide pontjes op de Rijn moeten de ruimte dus krijgen van roeiers.
  • Schepen vanuit een nevenvaarwater mogen schepen op een hoofdvaarwater niet hinderen (Rijn is hoofdvaarwater, havenkanaal is nevenwater van de Rijn, de jachthaven en de kom zijn nevenwater van het havenkanaal).
  • Alle kleine schepen moeten wijken voor een klein schip dat strak zijn stuurboordwal houdt.
  • Roeiboten wijken voor zeilboten, motorboten wijken voor roei- en zeilboten.
  • Als twee schepen waarvan geen voor de ander moet wijken recht op elkaar in sturen, dienen ze beiden naar stuurboord te wijken. Uitzondering hierop is een groot schip dat een vierkant blauw bord naast de kajuit vaart, deze mag aan andere wal varen dus dan varen beide schepen bakboordwal.
  • Indien er in het donker wordt gevaren, dient het schip uitgerust te zijn met een wit rond schijnend licht.

Aanvulling: 

Zowel met de stroming meeroeiend als er tegenin, komt men na ongeveer 3 km een pont tegen. De pont stroomopwaarts is die van Lexkesveer, die stroomafwaarts de pont van Opheusden (zie afbeelding 1). Beide ponten dienen altijd achterlangs gepasseerd te worden zodat roeiers niet klem tussen de pont en de kant kunnen komen (zie afbeelding 2 & 3).

Afbeelding 1. Argo’s primaire roeiwater met de twee ponten tov de stroom en Argo.  

Afbeelding 2. De veerpont dient achterlangs gepasseerd te worden, dus via de groene pijl.

Afbeelding 3. Veerpont van Opheusden. Deze pont dient ook achterlangs in te worden gehaald, verschil met de pont van Lexkesveer is dat deze aan het kabel heen en weer slingert, de kabel is gemarkeerd met bochtaken (ongeveer bij de rode pijl zie je er een) en daar kan niet overheen worden gevaren.

Kanaal

Een aantal jaren geleden is besloten om de vaarverboden niet alleen te zien als iets wat niet mag, maar ook als iets wat wel moet “een gebod”. “Je mag roeien, maar…..”. Dit is opgesteld nav  een toenemende hoeveelheid zwaardere aanvaringen met competitieroeiers in het kanaal. Ook door klachten van de havenmeester en geruzie met VADA over waar te varen in het kanaal, zijn de vaarregels voor het kanaal aangescherpt. Principe is dat alle toer- en competitieroeiers alleen als er vaarverbod op de Rijn in het kanaal varen en dan alleen met fietser langs de kant. Wedstrijdroeiers trainen bij voorkeur op de Rijn, maar het is aan de roeier/coach zelf om die afweging te maken. Snellere ongestuurde nummers (4-, 4x-) gingen vanwege hun snelheid tov het beperkte overzicht in het kanaal al nooit het kanaal in. Deze regel heeft het aantal roeiboten op het kanaal flink gereduceerd waardoor het aantal letsels en schades meer dan evenredig is afgenomen, maar de zwaardere en harde klappers gebeuren nog steeds allemaal in het kanaal (Phlogius gecrasht, C4 bovenop de Lynkeus, Athamas gevaren etc.). Het kanaal heeft door zijn drukte met bewegende Rijnaken en onoverzichtelijke ligging (VADA, bocht, draaikolken) per definitie meer risico op aanvaring tussen roeiboten, Rijnaken en of de kant dan de Rijn.

Vaarregels kanaal

Net zoals op de Rijn, geldt in het havenkanaal het RPR.

  • Wedstrijdroeiers nooit in 4- of 4x op het kanaal.
  • Competitie-roeiers nooit in het kanaal, tenzij vaarverbod op de Rijn; onder de volgende voorwaarden:
  • alleen gestuurde competitie-boten (geen 1x, 2x of 2-)
  • competitieboten alleen roeien met een coach op de kant

Hoeveel boten er kunnen roeien is in overleg tussen pief en hoofdcoaches en afhankelijk van:

  • Dag/tijd dus wanneer VADA roeit
  • Activiteit van Rijnaken
  • Hoeveelheid en ligging Rijnaken in het kanaal (bv. Bij versmalling levert veel beperkingen op)

Afbeelding 4. Het manoeuvreren in en uit de kom dient volgens afbeelding 4 te geschieden.

Er dient extra rekening en aandacht te worden gehouden bij de volgende situaties (zie afbeelding 5):

  1. Het rondmaken in het kanaal dient aan het uiteinde, in het verlengde van de geul te gebeuren zodat er overzicht kan worden behouden over het kanaal.
  2. Bij de ingang van de kom en de jachthaven dient er rekening te worden gehouden met roeiers van Vadadie daar plotseling de hoek om kunnen komen.
  3. Bij de knik, ongeveer in het midden van het havenkanaal, ziet een dode hoek en er kunnen daar boten, uit het zicht, stilliggen.
  4. Het havenkanaal heeft hier een versmalling met 2 drukke kades aan beide zijden. Hier liggen vaak schepen stationair te draaien wat draaikolken kan geven.
  5. Rondmaken aan het andere eind van het kanaal dient te gebeuren in het verlengde van de geul (zie afbeelding 3.), evenals de andere kant.

Noot: evenals bij het RPR dient de schipper van de bepalingen van deze reglementen af te wijken als hiermee de veiligheid wordt gewaarborgd!

Afbeelding 5. Punten van aandacht in het havenkanaal.

Afbeelding 6. Rondmaken aan het andere eind van het kanaal.  

Vaarverboden & geboden

Er gelden vaarverboden voor de Rijn, voor het kanaal, of voor beiden. Via de website zal er gecommuniceerd worden of er een vaarverbod dan wel vaargebod geldt. Mochten roeiers twijfelen aan wat er op de website wordt gecommuniceerd, dienen zij zelf een inschatting te maken of er gevaren kan worden en dat te verifiëren met de dienstdoende pief. De vaarverboden die er kunnen gelden zijn de volgende:

Duisternis – Bij duisternis zijn roeiboten onzichtbaar voor de andere vaart. Omdat de roeiboten (nog) niet uitgerust zijn met lampjes, is er voor gekozen dat iedere roeiboot op de kant moet zijn 15 minuten na zonsondergang.  Bij helder weer is het bij 15 minuten na zonsondergang nog ruim licht terwijl bij regenachtig weer het dan vrijwel donker is, dus gebleken de juiste grenswaarde. Gekozen is voor een vast tijdstip om discussies met bestuur hierover te minimaliseren.

Aanvulling: Vanaf 1 oktober roeien met lampje op boeg, tot de klok verzet wordt kun je dan roeien tot kwart voor zeven onder coachboot begeleiding. Geen lampje op boeg, moeten binnen zijn op de 15 minuten na zonsondergang. Voor in het voorjaar overleg wanneer er savonds boottrainingen gepland worden. Dan zelfde grens geven van kwart voor zeven ergens in Maart.

Gevaarlijk harde wind – Bij teveel wind is er een groot risico bij omslaan door bemoeilijkte manoeuvreerbaarheid en het risico op het wegwaaien van boten tussen loods en water. In principe is wind zelf niet echt een grote risicofactor om te roeien, maar m.n. het in en uit het water brengen van de boten wordt risicovoller en onervaren boten kunnen wegwaaien en vast komen te zitten aan lagerwal. Gebleken is dat de wind een relatief hoge grenswaarde heeft van 7 Bft / 10 m/s op 2m hoogte. Visuele hulp bij het bepalen van dit vaarverbod, dat kan gelden voor zowel kanaal als Rijn, zijn schuimkoppen in het kanaal/op de Rijn. Vanaf 7 Bft geldt er een algemeen vaarverbod.

Golven – Bij vorming van golven door wind, kunnen er sneller schuimkoppen ontstaan dan bij windkracht 7 Bft. Dat is bij een windrichting tegen de stroomrichting van de Rijn in. Schuimkoppen op de Rijn danwel het kanaal zijn prima te gebruiken grenswaarden voor het bepreken van de mogelijkheden om te roeien. Bij schuimkoppen op de Rijn kan men vaak wél roeien op het kanaal, daarom geldt een specifiek vaarverbod voor beide situaties.

Mist – 1 Km zicht is officiële grens vanuit Rijkswaterstaat voor varen zonder radar, daaruit is een vuistregel gekomen: Zijn de rode kribbakens op de Rijn zichtbaar vanaf Argo? Indien deze niet zichtbaar is, geldt een vaarverbod. Is die wél zichtbaar, maar staat er op de website “zicht minder dan 1000m”, geldt ook een vaarverbod.

Kou – Grens voor onderkoelingsrisico is nu een watertemperatuur van 4 graden Celsius, dan geldt een algemeen vaarverbod. 0 graden luchttemperatuur is dus de grens voor algemeen vaarverbod voor zowel kanaal als Rijn. Tevens kunnen er stukken ijs door de huid van de boot komen waar materieel kapot van gaat bij ijsvorming op het water.

Aanvulling. Overlevingskans in water (bij onverhoopt omslaan) neemt tussen de 5-10 graden watertemperatuur snel af van ca. 40 naar 20 minuten. Bij een watertemperatuur van 5 graden geldt een vaarverbod voor alle boten op de Rijn tenzij onder begeleiding van een coachboot. Men mag alleen op de Rijn roeien onder begeleiding van een coachboot. Er geldt dus geen vaarverbod op het kanaal maar men moet wél onder begeleiding zijn van een fietser om te helpen indien nodig, ook bij wedstrijdploegen.

De kunststof boten zelf kunnen wel tegen kou, bij < -2 graden Celsius luchttemperatuur komt er ijs in de slidings waardoor roeien lastig wordt, bovendien bevriezen stuurtjes en vingers bij vorst ook in rap tempo.

Onweer – Het risico bij het getroffen worden door bliksem is op het water nog groter dan op het land. Bij onweer is er dus een vaarverbod. Men mag niet roeien indien er binnen een uur tijd onweer boven Argo hangt volgens de voorspelling van buienradar (https://www.buienradar.nl/nederland/neerslag/onweerradar). Mocht men toch op het water zijn bij plots onweer, moet men zo snel mogelijk naar de kant gaan en zich klein maken in het veld. Daarbij wordt de vuistregel gehanteerd dat men naar Argo terug kan roeien als Argo nog in zicht is.

Stroming en hoogwater – Bij een afvoer van 500m3/s op de Rijn, geldt er een vaarverbod voor gladde nummers op de Rijn. Echter bij deze afvoer kan er van deze regel afgeweken worden als er wedstrijdploegen onder begeleiding van een coachboot naar het grindgat gaan. C-nummers mogen wél de Rijn op bij deze afvoer, mits onder begeleiding van een coachboot. Met coachboot erbij en in een C4+ kan er eigenlijk altijd veilig worden gevaren. Het is wel de vraag hoe nuttig zoiets op een gegeven moment nog is. De regel om bij > 900m3 eerstejaars competitieroeiers (in de C4+) in het kanaal toe te laten, is dan ook ingegeven door het feit dat ze door hun onervarenheid niet in staat zijn goed te anticiperen bij acute situaties. Dit zou in principe dus nog eerder moeten, maar de onveiligheid die dit in het kanaal oplevert weegt niet op tegen de risico’s van een C4+ op de Rijn.

Aanvulling. manoeuvreerbaarheid en risico’s bij omslaan zijn de factor die tot vaarverbod door stroming en hoogwater leiden.  In principe is stroming op zichzelf niet erg risicovol, maar kan het snel bepaalde risico’s (bijvoorbeeld in combinatie met wind dat golven veroorzaakt) versterken en het vereist hierdoor meer ervaring en inschattingsvermogen. Bijvoorbeeld: golven worden verstrekt door stroming en manoeuvreerbaarheid rondom kribben is veel lastiger, waardoor koers houden op de Rijn moeilijker is. Hierdoor kom je sneller in gevaarlijkere situatie terecht, zoals afdrijven naar Rijnaken, pontje e.d.. Het gevaarlijkst is het op de Rijn als het water net NIET over de kribben stroomt, omdat dan de stroomsnelheid midden op de Rijn het sterkst afwijkt van de randen en dus de manoeuvreerbaarheid rond kribben de meest onverwachte effecten geeft. Op het moment dat het water over de kribben gaat, bij hoogwater, krijgt de rivier meer ruimte en nemen de verschillen in stroomsnelheid af.

Hoogwater – zijn de kribben niet zichtbaar, geldt een vaarverbod voor ongestuurde nummers. Gestuurde nummers mogen wél roeien indien onder begeleiding van een coachboot.

Regelgeving – van hogerhand opgelegde eisen aan of/hoe te water te gaan, zichtbaarheid, verlichting, specifieke stremmingen etc.

Bestuur – ALV’s, etc.

Materieelregels

Het is verboden om:
  1. Gebruik te maken van niet (zelf) afgeschreven materieel.
  2. Op een verkeerde wijze boten/palen te tillen. Zie uitwerking hieronder.
  3. Langer dan drie uur gebruik te maken van materieel zonder toestemming van bestuur.
  4. De vaarregels te overtreden.
  5. Beschadigd materieel te gebruiken.
Het is verplicht om:
  1. Al de spullen die gebruikt zijn tijdens het roeien/bakken/ergometerendegelijk schoon te maken en op de juiste plaats op te ruimen (bijv. toeters/coachboot/palen/gereedschap). Zien uitwerking hieronder.
  2. Als eerst roeiende ploeg de vlotten schoon te makenen de laatste ploeg de loods in te ruimen en af te sluiten (bijv. singels/schragen/coachboot binnen zetten).
  3. Veroorzaakte schade aan de eigendommen van de vereniging direct te melden bij een van de commissarissen materieel. Indien de schade een gevolg is van  nalatigheid/onachtzaamheid resulteert dit in een boete.

Boten en palen tillen.

  • Bladen naar voren, en onderhands dragen.
  • Maximaal 2 palen per persoon.
  • Maximaal 8 palen met twee personen.
  • Boegbalnaar voren als je boot gaat tillen.
  • Skiff mag als enige boottype op 1 schraag bij het schoonmaken.
  • Kleine, ongestuurde nummers (voorrang) aan het kleine vlot.
  • C4+ wordt nooit boven de hoofden getild.

Het opruimen van gebruikte spullen.

  • Dollen dicht en taftdeksels
  • Boten grondig schoonmaken na gebruik.
  • Mocht het nodig zijn om een boot buiten te laten liggen, dan moet hij altijd vast gemaakt worden met een spanband.
  • Slidings schoonvegen na gebruik.
  • Boot terugleggen op de juiste plek en op de juiste manier, denk aan de boegbalnaar de goed kant.
  • Hetzelfde geldt voor palen/riemen.
  • Boeghesjes terug aan de haken bij de trap.

 

  • Bakpalen terughangen.
  • Bankjes terughangen.
  • Indien gebruikt sleutel van de bakmotor terug naar bestuur.

 

  • Ergometers na gebruik schoonmaken.
  • Matjes ophangen.
  • Indien gebruikt slidings terug naar de juiste plek.

 

Het niet naleven van deze regels zal in eerste instantie resulteren in een waarschuwing en daarna een boete van €20,-!